Openbaar vervoer meestal trager dan auto

0
12

Openbaar vervoer meestal trager dan auto

Wie met het openbaar vervoer naar het werk pendelt doet daar gemiddeld 67 procent langer over dan wie dat met de wagen doet. De Lijn pleit daarom onder meer voor een betere doorstroming.

Ondanks de files is het openbaar vervoer voor de Vlaamse pendelaar meestal te traag om een valabel alternatief voor de auto te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van de krant De Tijd.

Gemiddeld doet het openbaar vervoer de reistijd op de populairste pendelroutes met 67 procent toenemen. 'Dat is te veel om de automobilist uit de file te krijgen', zegt professor Willy Miermans van de Universiteit Hasselt in de krant.

Uit onderzoek blijkt namelijk dat het openbaar vervoer voor pendelaars pas interessant wordt als de reistijd niet meer bedraagt dan anderhalve keer de tijd die ze er met de wagen over doen. En dat is bijna nooit het geval.

Wie met de trein of bus naar Gent rijdt, is drie keer langer onderweg dan met de auto. Naar Turnhout wordt de reistijd verdubbeld. Naar Brugge, Kortrijk en Aalst is de pendelaar met het openbaar vervoer de helft langer onderweg.

Wie in de hoofdstad zelf moet zijn, heeft wel een betere service van het openbaar vervoer. In 34 procent van de populairste pendeltrajecten gaan trein, bus en metro sneller dan de wagen.

Voor Antwerpen, Sint-Niklaas en Kortrijk is het openbaar vervoer in slechts een vijfde van de trajecten sneller.

De Lijn lijdt door de files

Eén van de redenen voor het tragere openbaar vervoer is dat bussen zelf mee in de file staan. Meer dan de helft van de bussen en trams van De Lijn heeft bij elke rit door het spitsverkeer af te rekenen met vertragingen tot 5 minuten.Volgens Roger Kesteloot, de topman van de Lijn, zijn die vertragingen de hoofdoorzaak van de ontevredenheid bij de reizigers.

’De doorstroming moet beter. We staan gewoon veel te vaak mee in de file of worden geblokkeerd door dubbelgeparkeerde wagens of bestelwagens die moeten laden en lossen,’ vertelde hij op de VRT-radio.

Hij pleit daarom voor maatregelen om de doorstroming te verbeteren, inclusief aparte busbanen. Niet alleen op de Vlaamse gewestwegen, zegt hij, maar ook op kruispunten die worden beheerd door de gemeenten.